Aalk zijnen goeiendag,
Ek ben van wateren en ek zoe wellen vroagen dan zons nie meir ondertitelen bij die fata-morgana-doeningen en uik nie bij tv eust. En al zekers nie straks bij de vtm mee da restaurant. Of oe schjeit da ier nou. ’t Es nou toch nie omdat ’t Schelde hier struimt dammen gelijk bij tuis enzeu Antwerps moet’n begennen klappen, newuir. Mee een beetsen moeite zijn wij vrie goe te verstoan. En we zijn zekerst nie moeilijk ier bij kwaats.
Welkom iedereen,
Onze grote pief, Piet, vroeg mij enige tijd geleden of ik dit welkomstwoordje wou verzorgen. Met de nadrukkelijke premisse dat ik mijn taal zou verzorgen en geen kritiek zou spuien op het beleid binnen Kwets. Dit toch wel toffe hobbyclubje.
Ons maandblad heeft reeds een jaargang doorgesparteld en zit volop - en vol moed - in een tweede. Hoewel doorgesparteld hier eigenlijk niet de juiste term is. We hebben het doorzwommen. Op een ontspannen manier alle spieren aan bod laten komen, maar rustige watertjes toch iets woeliger gemaakt.
Voor onszelf bleek het water nergens te diep. Niet moeilijk als je weet dat zowat alles lekt alhier: het overdekt zwembad, de visvijver in de warande, ja zelfs de flikken. Lekken was wel het nieuwe woord in W-City het afgelopen jaar. De iets meer wetenschappelijke term voor lekken dook zelfs op in ons kwetswoordraadsel. Swaffelen en sjoemelen deden we hier al langer. Met wisselend succes.
Mij is gevraagd om een nieuwjaarsbrief te schrijven en voor te lezen. Als dit zo doorgaat word ik nog burgemeester. Mijn eerste belofte die ik maak is dat ik jullie de witte kousen bespaar. Nog liever geitenwollen sokken als het echt niet anders kan.
Wie mijn column een beetje volgt weet dat ik een poëtische fase in mijn leven doormaak. Mijn huisgenoten noemen het weliswaar gewoon midlifecrisis. ’t Is inderdaad allemaal begonnen met de aanleg van een vijvertje. Het werd mijn persoonlijke ijspiste afgelopen maand. Ik had daar geen sponsors, middenstanders, een frunpark of een Raf voor nodig. Mijn dure koi-vissen keken net onder het ijs bewonderend naar mijn pirouettes, met open mond. Gekleefd aan het ijs als aan de beeldbuis. Na de eerste dooi heb ik ze in de groencontainer gegooid. Ik vraag me nog steeds af of ik correct gesorteerd heb. Urneperkjes en columbariumnissen leken me net iets te ver gezocht
Maar genoeg over mijn twijfels. Terug naar mijn poëtische fase.
Van op een koude mansarde pleeg ik in deze donkere en onzekere tijden gedichtjes die mijn diepste zielenroerselen blootleggen. Een kater vol vlooien en een rijmwoordenboek op een gammel tafeltje zijn mijn enige gezelschap. Een koord bengelt alvast uitnodigend aan de hoogste stutbalk van het lekkend dak.
Alweer dat lekken.
Met permissie heb ik dus mijn nieuwjaarsbrief op rijm gezet. Let op hier gaan we.
De titel is gequetst ben ik vanbinnen. Grapje uiteraard.
Alle dhinge sin mi te inge
Ambrosia wat vloeit me aan
Wie gaat de Ronde winnen
En waar moeten al die auto’s staan
Marc groet ’s morgens de dingen
Zijn verse sokken en dan Monique
Vlug de kerk uit voor het zingen
Want geen kindjes meer in onze kliniek
Een zwemmer is een ruiter
Maar in de warande blijft het een Turk
Een vrouw werd hier brandweerspuiter
En ons kanon Govaert is een flurk
’t Is goed in ‘t eigen hert te kijken
Alvorens op café over te gaan tot gezwets
Want nu kan iedere Wetteraar zich verrijken
Met het lezen van de ….
Recente reacties
12 weken 2 dagen geleden
45 weken 5 dagen geleden
1 jaar 8 weken geleden
1 jaar 10 weken geleden
1 jaar 10 weken geleden
1 jaar 14 weken geleden
1 jaar 20 weken geleden
1 jaar 20 weken geleden
1 jaar 27 weken geleden