Paul De Moor (Groen&Co) vreest de modernisering van het ontleensysteem in de bibliotheek

Bij de begrotingsbesprekingen werd op de laatste gemeenteraad de investering in een scan-systeem voor de bibliotheek goedgekeurd. Dit systeem maakt het mogelijk om zelf boeken uit te lenen. Net zoals je bij IKEA tegenwoordig in bepaalde gevallen ook zelf je aankopen kunt scannen en kunt betalen, en daarna kunt wegwezen zonder de tussenkomst van een kassier(ster).

Dit lokte bij schrijver en Groen&Co gemeenteraadslid Paul De Moor volgende reactie uit:

'Begrotingen navlooien is mijn ding niet. Ik ben wellicht geen pragmaticus. Bovendien begrijp ik niet goed hoe begrotingen te interpreteren. In deze vergadering komt het bijvoorbeeld voor dat leden van de huidige meerderheid in het verleden -en als oppositielid- begrotingen met een positief saldo afkeurden door tegen te stemmen en vandaag begrotingen met tekorten goedkeuren. Wellicht weet ik ook niet goed wat krompraten is.

Toch vind ik in deze begroting een punt waarover ik me zorgen maak. Ook al weet ik best dat sommige treinen niet zijn tegen te houden en dat sommige tendensen zo trendy zijn dat niemand nog bij de inhoud en de gevolgen ervan stilstaat. Nostalgici hebben gelukkig -of ongelukkig, zo U wilt- de eigenschap wel vragen te stellen bij allerlei fenomenen. Maar voor ik hier inga op mijn punt acht ik het mijn plicht U erop te wijzen dat het begrip nostalgie geen wee noch misselijkmakend gevoel is dat gevoed wordt door een ziekelijk verlangen naar vroeger. Nostalgie is een handig instrument, een middel van verzet tegen actuele processen die betekeningloos, onbegrijpelijk, verontrustend en zelfs schadelijk kunnen zijn.

Zo lees ik in de begroting dat 200.000 euro gespendeerd zal worden aan het informatiseren van de bibliotheek, te besteden aan het wanbegrip Zelfuitleen (ik kan en wil het woord dienst hier niet gebruiken). Ik herhaal 200.000 euro of 8.000.000 oude Belgische franken. Waarom? Om de bibliotheek, een oord van sociaal verkeer tussen lezers van en met de klassieke en moderne literatuur, een plaats van ontmoeting waar wetenschappen en kunsten hun geheimen en betekenissen prijsgeven, een biotoop waarin stille gesprekken tussen lezers en dichters gevoerd worden, los te weken van haar humaan gezicht.

Ik ga terug in de tijd. Naar het oude bibliotheekje op de Markt, het biebje van de katholieken. De tijd waarin de Nova als cultureel centrum van de zogenaamde 'tsjeeven' nog financieel aangedreven werd door geld van diezelfde 'tsjeeven' en het niet, zoals nu, het als een wingewest gefinancierd met gemeentegeld te beschouwen (ja, vroeger had men klasse en waardigheid; maar dit terzijde). Achter de balie stond Lieve de Graeve, de drijvende kracht. Tussen haakjes: als er naar vrouwen gezocht wordt om straten een gezicht en naam te geven dan mag er van mij en vele anderen gerust een Lieve de Graeve Avenue komen. Lieve nam de boeken in ontvangst, schreef ze in en uit en begeleidde haar lezers in hun leesproces. Onbaatzuchtig. Altijd in dienst van het boek, de bib en de lezer. Toen ik de jeugdboeken gelezen had, zette ze me op het spoor naar de literatuur die nog niet voor mijn fysieke leeftijd bestemd was. Met alle gevolgen van dien (volgens mijn vader was een Louis-Paul Boon niet bepaald bevorderlijk voor mijn zielenheil en was Turks Fruit een verdorven vrucht). Lieve nam me als kind in haar geitje mee naar de Boekenbeurs in Antwerpen en trakteerde me naderhand op een puntzak friet. Ik herinner me niet welke titels ik toen allemaal insloeg. Wel dat de friet was begraven onder een lawine van mayonaise. De bib toen, dames en heren, was een instituut. Met Lieve als hogepriesteres (het is kerstmis, ik mag dit vergeestelijke begrip gebruiken nu). Lieve waakte streng over haar bib. Bij boeken hoorde stilte. Haar verdienste voor mensen zoals mij en vele anderen kan niet hoog genoeg ingeschat worden.

Lieve de Graeve werd opgevolgd door vele anderen. De bib maakte een verbijsterende ontwikkeling door. Maar de balie en de mensen bleven belangrijk (om de slogan van een bepaalde partij te gebruiken). De mensen in de bib waren en zijn belangrijk om vragen te beantwoorden, belangrijk om lezers te begeleiden, belangrijk om wegwijs te maken, kortom: belangrijk om de lezer zijn of haar weg te helpen vinden in de heerlijke doolhof die de Republiek der Letteren is. Met lede ogen zag ik evenwel aan dat de bib, een abdij van stilte, veranderde in een kermis van lawaai. Boeken verdwijnen steeds meer naar de rand van het gebeuren. De audio en visuele sector gekoppeld aan de internet faciliteiten nemen de stilte én de ruimte stormenderhand over. Ik vrees dat de Zelfuitleen een zoveelste stijlbreuk wordt met het mooie en boeiende verleden, met de ware en authentieke opdracht van de bib zelf.

Want wat zal gebeuren? In eerste instantie verdwijnen de vertrouwde gezichten achter de balie. In tweede instantie verdwijnen jobs. De verborgen agenda is, en dat weet iedereen, besparen op personeel. We weten allemaal wat dat inhoudt. Besparen op het politieapparaat heeft geleid tot het verdwijnen van de wijkagent. Vandaag zien we hoe gevaarlijk wandelen het in Wetteren is omdat de stoepen niet geruimd van ijs zijn: er is immers geen agent die de burger op zijn plichten wijst. Er is ook geen luisterend oor dat een klacht van een burger doorspeelt aan de bevoegde instanties (bijvoorbeeld het sluikstorten in de straten van Wetteren). Schaf de wijkagent af en zet camera's in de plaats en zie: naar de beelden van de camera's wordt niet omgekeken (dat bevestigden me enkele mensen wier fiets recent gestolen is). De bib zal een zelfde triestig lot beschoren zijn en met mondjesmaat omgevormd worden tot een fort, tot een versterkte vesting. Kijk naar wat de informatisering van het spoor, de tram en de bus hebben teweeggebracht. Eerst de kaartjesknipper van de rijtuigen halen en dan van de rijtuigen onneembare burchten maken waarop je met moeite een kaartje kan kopen (wat weer nieuwe agressie ophoest). Ik kan nog een tijdje doorgaan met mijn jammerklacht.

Maar, ik weet dat het geen zin heeft.

Toch had ik veel liever gezien dat de 200.000 euro besteed zou worden aan het afscheiden van de krantenhoek, de audio-visuele sector en de internetafdeling van de bibliotheek als verstilde lees- en bladerplaats (er is boven plaats genoeg). Opdat de bibliothecaris en de lezer het weer voor het zeggen en zwijgen zouden krijgen. Opdat de bib ook veel meer open zou zijn. Elke dag, met inbegrip van de zaterdag, van negen tot acht bijvoorbeeld. Op lezen en ontlenen zou geen uur mogen staan. Bestaat de kans trouwens niet dat heel wat (oudere) lezers zullen afhaken? Lezers die niet vertrouwd zijn met automatisering, met 'computerologie'? Er zijn ook bijverschijnselen en nevenwerkingen. Ikea  automatiseert aan de kassa, kopers moeten hun aankopen zelf inscannen en worden achteraf verplicht verantwoording af te leggen aan een soort security. Je moet net niet je handen in de lucht steken en tegen de muur gaan staan. Het is alsof in elke klant een misdadiger schuilt. Komt het in de bib ook zover?

Soms getuigt een hardnekkig vasthouden aan kernbegrippen en kernopdrachten van een instelling, hoe uit de mode ook, van een veel progressievere houding dan het nahollen van dure tendensen. Trouwens hoe vlug men die ook wil nahollen, het is een wedstrijd die men niet winnen kan. Wat betekent deze enorme investering immers als men binnenkort door een simpele muisklik het gewenste boek voor een prikje vanuit zijn luie zetel zal kunnen ontlenen/downloaden op zijn e-book? Nee, behoud, beste vergadering, behoud de begeerte naar het papieren boek en maak van de bib weer wat ze was en dient te zijn: een stille plek voor de nieuwsgierige lezer. Met heel veel boeken. Met een massa boeken. Het authentieke verleden van de bib is, hoe U het ook draait of keert, ook haar enige en ware toekomst, en daardoor haar enige en ware redding.'

Volgens de bevoegde schepen Lieve De Gelder (CD&V) zal de installatie van dit systeem net het contact van het personeel met de ontlener verhogen, omdat de mensen van de balie dan net meer tijd hebben om de ontleners bij te staan.